Last van ‘aanstelleritis’.

Ik kijk eens naar mijn arm. In de knik van mijn arm prijkt een gaasje met twee grote stukken wit plakband. Onder dit gaasje zit een piepklein gaatje. Laat me even toelichten, Last van ‘aanstelleritis’, een permanente kwaal. We schrijven vrijdag, ik ben in het Erasmus MC te Rotterdam. Routinecontrole, de hele mikmak, ogen, hart, bloeddruk. Ik slik medicatie en om te voorkomen dat mijn lichaam gek gaat doen, word ik eens in de zoveel tijd doorgelicht. Voor de zekerheid had mijn vrouw bij de internist geïnformeerd. Er moet toch ook bloed geprikt worden? Ik had het graag stil willen houden. Nu zul je zeggen, er zijn veel ergere dingen als een beetje bloedprikken. En daar heb je groot gelijk in. Maar van kleins af aan, hoeft er nog geen borduurnaald in de buurt te komen of ik ga rennen. De internist, kijkt mijn vrouw aan en antwoord stellig. Ja, er moet ook nog even bloed geprikt worden, goed dat u het zegt.

Met mijn bijna 2 meter lengte ben ik dus bang voor een klein naaldje. Zie het als een verlengstuk van het fenomeen ‘mannengriep’. Laat me die even uitleggen. Gaat mijn vrouw pas naar de dokter bij 43 graden koorts. Kotst in de prullenbak op het werk en door. Ledematen die breken. Gaat vanzelf over. Ik niet, als ik begin te niezen word ik het liefst geknuffeld, vertroeteld. Mannengriep noemen ze dat. Nu zul je denken, is dat verwant aan het ‘angst voor een naaldje syndroom’? Jazeker, als je mannengriep opzoekt in de Dikke van Dale, staat er ter verduidelijking bij ‘aanstelleritis’. En daar heb ik dus last van.

Terwijl ik bij de bloedprikmevrouw zit, en mij laat overtuigen van haar kunde. Ze prikt dagelijks 60 mensen, probeert mijn vrouw aan een ouder koppel tegenover haar in de wachtkamer antwoord te geven op de vraag van de oudere dame of ik altijd zo mopper. Het woord ‘aanstelleritis’ word niet genoemd, maar de dames begrijpen elkaar. Zonder mijn vrouw was ik de bloedprikafdeling waarschijnlijk voorbij gelopen. De rest van de uitslagen was goed, deze waarschijnlijk ook.

Uiteindelijk sta ik een prikje verder binnen 5 minuten weer buiten. De aanstelleritis is spontaan genezen. Hand in hand lopen we naar buiten. Ik weet dat ik me aanstel, zij weet het ook, en dat is prima.

En toch is de mannengriep of aanstelleritis ergens goed voor. Stiekem hoop ik dat vrouwen het iets meer krijgen. Nooit meer proestende collega’s die eigenlijk op bed horen. Gewoon op tijd naar de dokter, nooit meer doorlopen. Laat mij maar lekker doen alsof ik dood ga als ik een beetje griep heb. Vrouwen gaan meestal door. Ziek kinderen naar zwemles brengen, wassen draaien, boodschappen doen.

Ik zeg, een beetje mannengriep voor iedereen, en we zouden een stuk beter af zijn. Maar last van ‘aanstelleritis’? Tja…Ondertussen vraag ik me af, de pleister op mijn arm, doet uiteindelijk meer pijn dan het hele prikje. Volgende keer maar gewoon ogen dicht en wat minder aanstelleritis? Wellicht bestaan er pilletjes tegen. Voor nu staat de volgende controle pas in maart gepland. Ik prijs me gelukkig, een prikje, dat is alles. Wat klaag ik nu eigenlijk. Het kan allemaal veel erger. Ik kijk nog eens naar de hand van mijn vrouw. Hand in hand lopen we het ziekenhuis uit. Blij ben ik met haar. Ik zeg het te weinig, maar ze weet het wel. Verliefd kijk ik haar aan. Ja, zelfs in een ziekenhuisgang is ze mooi. Op naar buiten. Leuke dingen doen. Ik zeg tegen een ieder, een fijne dag!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *