Stukje voor mijn oma.

Vanochtend stond ik ramen te lappen. Op het groene grasveldje in de zon, onze tijdelijke woning heeft een heerlijk veldje voor de deur. Langs de weg loopt een dame van middelbare leeftijd met een oudere vrouw in een rolstoel. Het is haar moeder. Ze maken een rondje door de omgeving. Met dit laatste mooie weer van het jaar herinneringen ophalen. Haar moeder is dement. Even denk ik aan mijn oma, zij is ver in de tachtig. Ze zit ver weg in een tehuis, op een gesloten afdeling. Alzheimer.

Ik kom er te weinig tot niet. Schandalig zeg je, en in zekere zin heb je daar gelijk in. Oma zelf, die heeft geen weet. Alzheimer doet nare dingen met je bovenkamer. Ik praat het niet goed, maar het zei zo.

Daar zit ze dan. Oud en afgedankt. Niemand had de bedoeling haar af te danken, maar toch is het gebeurd. Het is al flink herfst, buiten en binnen. Het zonnetje in je ogen is nog slechts een najaarszonnetje. Geen voorjaar meer, het bloemenzaad is op. Geen lange avonden meer met gelach en verjaardagen met aardappelsalade. Geen familiefoto’s meer kijken. Alle foto’s zijn als schimmen in de nacht. Niemand herken je meer. En wie kent jou nog.

Bijna 89 jaar ben je nu. Alle seizoenen heb je meegemaakt. Nu is het bijna winter, en…die winter gaat nooit meer weg. Mijn oma die er was, is reeds lang vertrokken, jas gepakt, tas gepakt, rolletje snoepjes gepakt…en stiekem heel zachtjes de kamer uitgeslopen om nooit meer terug te komen. Althans, niet helemaal. Het lichaam is er nog, kliedert met eten, komt niet meer uit zijn woorden. Kijkt doelloos voor zich uit. Tussen al die andere lichamen komt de dag en gaat de dag. Zo goed als je nog kan doe je nog maar mee.

Stiekem ben je zelf al lang weg. Naar ik hoop onderweg naar een lente, de bus gepakt, richting de horizon. Op weg naar vrijheid. Je kijkt wat om je heen en geniet van het voorjaar, de bloemen, de warme zon op je huid. Vrijheid zoals wij die gekregen hebben. Ik denk aan mijn dochters. Jij was je vrijheid kwijt. Het was oorlog, de vreselijke oorlog. Iets wat mij altijd mateloos interesseerde als opa er over vertelde. En bij jou, zeker op latere leeftijd alleen maar emotie opriep. Je jeugd, zoals je zelf zei als ik naar je huwelijk vroeg, ‘het is nu eenmaal zo gelopen’ . Niet meer wetend toen mijn Opa overleed wat er precies gebeurde, alleen maar dat het niet goed en vrolijk was. De chaos in je hoofd waar in je terecht kwam, het niet meer zelfstandig kunnen wonen.

De laatste keer dat ik er was had ik mijn dochters bij me. Een klein glimlachje gaf me het idee dat je er nog even was. Vreemd keken mijn kinderen naar de rolstoel, vreemd keek jij naar je achterkleinkinderen. Horen ze bij mij, vertwijfeling in je blik. Het maakt me intens verdrietig. En waarom moest oude oma daar nou in. Uitleggen dat oude oma erg ziek is en alles niet meer zo goed weet. Moeilijk.

Ineens besef ik me als ik naar de oude vrouw in de rolstoel kijk. Je bent weer terug naar de fijnste tijd van je leven. Net zelf moeder, weer aan boord. Noem het de lente van je leven. Terug naar de eeuwige lente. Ik hoop zo dat je er ultiem gelukkig bent, in vrijheid. En dat je die stoel en de ruimte waar in je zit vergeten bent. Alle problemen met het verplegend personeel. Ik weet wel, ze doen hun best…maar…het zijn er gewoon te weinig. Weinig douchen en allerhande ongemakken.

Nog eventjes en dan neemt hopelijk het fysieke lichaam ook afscheid van deze onrechtvaardige aardkloot. Dat klinkt hard, maar het is goed zo. Oma, dank voor alle fijne herinneringen, en voor alle keren foto’s kijken, snoepjes eten. 9 oktober ben je jarig. 11 oktober ben ik in Rotterdam en ik kom zeker langs. Omdat dat zo hoort en ik dat al veel te weinig heb gedaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *