Herman en de pindaketting.

Van uit mijn stoel aan de eetkamertafel kijk ik naar buiten. Het is herfstvakantie, en de omgeving om onze bungalow heen doet troosteloos aan. Regen en storm maken zich meester van ons groene stukje gras voor de bungalow. In een poging obesitas te kweken bij de aanwezige buurtvogels hebben mijn dochters en ik een werelds langste pindaketting gemaakt, althans volgens mijn jongste dochter was dit de langste ketting ooit. We hebben het niet gegoogeld, maar wij vinden hem erg lang. Alsof dit nog niet genoeg was hebben we het geheel opgeleukt met wat pinda en vetbollen , en last but not least een pindatorentje. Volgens mijn jongste dochter makkelijk voor de vogels die de pinda’s aan de ketting niet open krijgen. Zij krijgt ze immers ook niet open, dus aan een ieder is gedacht.

In de jaren 70 vensterbank achter het raam zit onze kat. We hadden er twee, maar eentje heeft de verhuizing niet gehaald. Zodoende is Herman nu alleen. Althans alleen, Herman de kater wordt dagelijks semi permanent geknuffeld door onze dochters. Als ik wel eens wegrijd van de oprit af, zie ik hem genoeglijk zitten in de vensterbank. ‘Rust’ , ik zie het hem haast denken. Herfstvakantie is een tijd van extra knuffelen, verkleed worden, achterna gezeten worden en gevoerd worden met snoepjes.

Heeft Herman doorgaans een makkelijk leven. In elk geval, zo lijkt het. Hij dommelt met veel plezier in, het liefst de ganse dag. Zonder vooruitblik van wat er komen gaat, dat zien ze wel als het gebeurd. In dat opzicht kunnen we nog eens wat van katten leren. “Ik denk, dus ik ben” , meer komt er niet uit. Af en toe jaagt zijn instinct hem op. Sluipend op zijn buik gaat hij door de gang, om vervolgens met veel bravoure een spin of vlieg te vangen. Om zich vervolgens weer genoeglijk ergens terug te trekken om weer in te dutten.

Sinds de komst van de pindaketting is alles anders. Onze kat Herman heeft een bijna permanente positie ingenomen in de vensterbank. Al is er een stevige ruit tussen Herman en de potentiële slachtoffers. Af en toe worden er verwoede pogingen gedaan de aanwezige koolmeesjes te vangen. Hetgeen resulteert in een harde klap tegen de ruit en wat geschrokken opvliegende koolmezen. Onze Herman voelt zich stoer, baas van de vensterbank. Sinds vanochtend is er ook een duif, scharrelend onder de boom probeert hij wat pindarestjes op te pikken. Aan het gedrag van Herman te zien, is de duif een te grote partij. Met de oren plat in de nek ligt hij in de vensterbank. Rare geluiden makend. De duif, niet onder de indruk van onze ‘gevaarlijke’ Herman, maakt mijnsinziens doelbewust misbruik van het onvoldragen feit dat er zich een ruit tussen hem en onze woeste Herman zit. Geregeld springt hij tegen de rand van het raam aan. Herman sprint de gang in, plat op zijn buik kijkt hij weer naar binnen. Sluipend gaat hij weer naar de vensterbank om vervolgens de routine opnieuw uit te voeren.

Van de serene rust is niets meer over. Tegen de schemering trek ik de lamellen dicht. Ik kijk eens naar Herman. Wonder boven wonder blijft hij tussen de lamellen vandaan. Ze hangen er nu een maal, maar wie de lamel heeft uitgevonden, ik weet het niet. Maar goed, ik bespeur opluchting bij onze Herman. Gelukzalig nestelt hij zich onder de salontafel op het kleed. Uitgeput, het was een zware dag. Het is een zwaar leven, het leven als kat.

1 thought on “Herman en de pindaketting.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *