De boeren en de verkeersregelaar

Ik schrijf afgelopen week, de boeren en de verkeersregelaar. Voor onze deur loopt een asfaltweg. Dagelijks is het een komen en gaan van forenzenverkeer. Tractoren wisselen het enigszins saaie beeld af. Niet boers als ik ben, schijnt er logica in te zitten. De ene keer is het mais, dan weer stro, suikerbieten. Lege tractoren heen, volle tractoren terug. Soms is er paniek, althans, zo komt het op mij over. Ineens zijn er heel veel tractoren, er is overal modder, en tot laat in de avond rijden er tractoren voorbij. Alle boeren hebben naar ik vrees een geheime code, en beginnen zonder aankondiging allemaal tegelijk te rijden.

In het dorp is al jaren discussie over een fietspad naast de asfaltweg. En nu gaat het er komen. Ineens stonden er mannen met grote machines, met borden en verkeersregelaars. Er word driftig gehakt, gezaagd, er zijn mannen in oranje jassen met meetapparaten, en dus verkeersregelaars. Op zich heb ik niks tegen verkeersregelaars. Het zou mijn beroep niet zijn, mopperende mensen tegenhouden in een net iets te gele jas. Vanochtend kwam ik terug van mijn wekelijkse gang naar de groenteboer. Bij het naderen van de verkeersregelaar op de hoek van de straat, stond ik ineens in een onvervalste tractorfile.

Twee naar ik aanneem boeren, druk in discussie met de verkeersregelaar. Tenminste, naar ik aanneem boeren, wat moet je anders met een trekker? Alhoewel, een aantal weken terug maakte ik kennis met een nieuw fenomeen. Allerhande mensen met oude tractoren die, alsof ze nog niet genoeg rijden, in het weekend met zijn allen rondjes door de omgeving gaan rijden. Goed, dit terzijde. Nieuwsgierig als ik ben, ga ik graag bij het gesprek staan. Ik kon er uit opmaken dat omrijden met tractor met ingewikkeld apparaat er achter geen optie was, waarom werd mij niet echt duidelijk. De verkeersregelaar op zijn beurt bleef volhouden dat door het afschrapen van de weg ze er echt niet door konden, niet mogelijk. Demonstratief wees hij met zijn vinger terug de weg in. Omrijden is de enige mogelijkheid.

Ik begrijp de frustratie niet goed. Na een aantal maanden op het platteland was ik er dus abusievelijk vanuit gegaan dat er minder frustratie is , en minder haast. Hetgeen geenszins het geval is. Mag je hier op de meeste wegen 60 kilometer per uur, het is meer dan eens, dat ik met een flinke gang word ingehaald door diverse pluimage automobilisten. Je kent het gevoel wel. Ik neem je even mee naar Frankrijk. Je doet je best om als een volleerd coureur de bergen voor je te nemen, wordt je ingehaald door een Fransman in een nochtans oude auto, met een enorme vaart. “stukgereden’ door een oude boer in een renault 4 bestel.

Hetzelfde gevoel blijkt hier onder de mensen te heersen. Gas op de spreekwoordelijke plank, en vooral niet aan de kant voor elkaar. Laten we zeggen, ik heb nog nooit zoveel modder op mijn auto gehad door al het bermrijden.

Komt het voort uit frustratie? Zijn ze allemaal te laat? We zullen het nooit weten. Afijn, terug naar de twee boeren en de verkeersregelaar. Inmiddels is er ook een medewerker van het asfaltlegbedrijf, als je hem zo kunt noemen, bij de discussie komen staan. Een oranje jas, een witte helm en klapper met papieren. Ogenschijnlijk een belangrijk figuur.’Oh, rijd maar even door, we gaan nog niet breken, vanmiddag pas.’ Waarop een van de boeren een snauw geeft richting de verkeersregelaar, iets over van de planning op de hoogte zijn. De arme man in de gele jas staat er maar beteuterd bij. Het kleine beetje gezag wat er was, is spontaan weggegaan. Als een mug op een autoruit. Plet, weg, om nooit meer terug te komen. Schoorvoetend schuift hij het bord opzij. Ik besluit om maar weer eens richting auto te gaan. De file heeft zich opgelost.

Ik heb vroeger geleerd, regels zijn regels. Het ondermijnen van gezag. Uiteraard is het leuk, maar dodelijk. De tractoren rijden deze verkeersregelaar volgende keer zonder blikken of blozen voorbij. Lachend nog even gas geven. Regelaartje pesten. Spontaan krijg ik medelijden met de verkeersregelaar. Vanochtend stond hij er al, in zijn gele jas. Met een taak, mensen omleiden.

Heel de dag klagende mensen. Zielig vind ik het altijd een beetje. Als ik de andere kant oprijd steek ik mijn hand op. Ik heb wel tijd, hoef niet hard te rijden. Dat heb ik te danken aan jaren in de stad wonen. Waar een file of een beetje drukte niet ongewoon is, en er geen andere optie is dan gelaten wachten of netjes omrijden zoals aangegeven. Het fietspad wat er moet komen is mij geheel duidelijk. Veiligheid tegen tractoren en snelheidsduivels. Misschien ook maar een flitskastje doen, als we toch bezig zijn, of een paar lekkere versmallingen of drempels.

Ergens hoop ik dat de tractoren volgende keer zo het hete asfalt inrijden. Vastgezogen…maar ja.. met zo een tractor zal de kans wel klein zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *