Noem mij een paniekvogel

Dag in dag uit, volg ik net als heel Nederland het nieuws. Dagelijkse updates met het aantal corona doden komen in mijn telefoonscherm voorbij. Het heeft iets surrealistisch. Ik kijk van uit het raam van onze nieuwe woning naar buiten. In een zandberg zitten mijn twee dochters in de zon te spelen. Even weg van de corona stress, het niet naar school kunnen, het missen van opa en oma. De keerzijde van de mondiale economie komt aan mij voorbij. Er is een wereld voor corona, en er eentje na corona. Mijn dochters, 4 en 6 jaar oud kennen waarschijnlijk de wereld na corona als enige.

Hoe zal het straks zijn, komen we tot inkeer? Gaan we trager en simpeler leven? Lichte paniek maakt zich van mij meester. Wanneer zie ik mijn ouders weer? Wanneer kunnen we weer net als vroeger…..nee…we kunnen niet meer net als vroeger. Ons consumptiegedrag zit in quarantaine. Ik merk het aan alles. Je leest weer eens een boek, je bent blijer met de kleine dingen die je nog wel kunt doen. Hoe gedragen we ons als we straks weer naar buiten kunnen? Hoe zal het gaan met de economie? Of gaan we door als of er niet is gebeurd? Je merkt het al….lichte paniek.

Al die mensen in de zorg die nog niet zo lang geleden naar het Malieveld trokken voor een beter inkomen, zijn nu onze nationale helden. Gaan we straks al onze beloften die we nu doen waarmaken? Gaan we aardiger doen voor elkaar? Denken we eerst wat meer na voor we doen? Ik weet het niet. Ik kan het niet zeggen. Voor nu hoop ik dat we deze tijd met onze geliefden ongeschonden doorkomen. Dat de nu geldende regels genoeg zijn. Daarbij niet denkend aan bijvoorbeeld Spanje. In de tijd dat ik dit stukje schrijf, laten we zeggen, gemiddeld 15 minuten, verliest er daar weer iemand een geliefde of kennis, vriend, familie. Ken je dat gevoel, dat je weer even bij je moeder wilt wegkruipen, wat je als kleuter deed. Dikke kus er op, omdraaien en alles is weer goed. Traantjes gedroogd.

Ik kijk nog eens door het raam. Inmiddels hebben mijn dochters een enorme kuil gegraven. Ze zijn een ‘huis’ aan het bouwen, en komen straks met laarzen vol zand naar binnen gestampt. In die zin is er niks veranderd met vroeger. Als enige verschil, op de achtergrond een stille ramp. In onze ogen ‘grote’ problemen verdwijnen naar de achtergrond. Nu even niet relevant hoor ik mezelf denken. Ik besef me dat wij boffen. We wonen op de ruimte, met een ruim huis. De boodschappen kan ik aan huis laten leveren. We kunnen naar buiten, fietsen, lopen. Hoe anders is dit voor gezinnen, weg gestopt in kleine flatjes ergens zes hoog achter. We hopen er maar het beste van. Ik zeg tegen een ieder, hou je taai! En ik denk dat zodra ik weer naar mijn ouders toe kan, ik mijn moeder gewoon maar eens even knuffel. Waarom? Omdat het kan!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *