IJje Wijkstra. Het beest van Doezum.

Ik woon dus in Doezum. Waar zeg je? Doezum. Ja, voor nu even in onze tijdelijke woning. De bedoeling is straks als het huis klaar is naar Kollum te verhuizen. Maar goed…nu dus even Doezum. Tegenwoordig een slaapdorpje met ongeveer 1100 inwoners. Net als ieder ander dorp. Een kerk, een slingerende hoofdstraat , wat nieuwbouw. Vredig, groen en rustig.

Ooit was Doezum een beroemd en berucht dorpje. Noem het kortstondige negatieve aandacht. Ik neem je mee naar de barre winter van 1929. In Doezum is het koud, net als in de rest van Nederland. Doezum was de woonplaats van IJje Wijkstra (althans, geboorteplaats. Hij woonde tussen Kornhorn en Doezum)…een naam, een man die ooit heel even berucht was in Nederland, een naam, die sommige ouderen nu nog doet huiveren. IJje wordt geboren op 4 juli 1895 te Doezum.

IJje Wijkstra komt uit een arm gezin. Met zijn vijven zijn ze thuis. Meer dan geregeld wordt er in het gereformeerde/hervormde gezin met harde hand geregeerd door de vader des huizes. IJe is niet de beste leerling op school en zo komt het ook dat hij op zijn twaalfde van school gaat om metselaar te worden. Het gaat snel bergafwaarts met IJje. Hij drinkt stevig en roken doet hij al niet minder. Vanaf zijn 17de wordt hij een wat wij nu ‘ losgeslagen jongere’ zouden noemen. IJje krijgt een verhouding met ene Aaltje. Aaltje is getrouwd, haar man zit in het gevang na een diefstal. Na veertien dagen liefdesgeluk komt Aaltjes man terug. Er volgen ruzies en scheldpartijen. Hierop neemt IJje de benen, evenals Aaltje. Aaltje trekt hierna bij IJje in. Aaltje roept, IJje doet. Volledige onderdanigheid aan Aaltje. Zwaar onder de plak zouden we dat nu noemen.

Er volgt een touwtrekkerij met de ‘ ex man to be’ , wegens het in de steek laten van haar kinderen, die er in resulteert dat Aaltje moet voorkomen voor het gerecht. De 17e januari 1929 verzoekt de substituut-officier bij de Rechtbank te Groningen de burgemeester van Grootegast om Aaltje op te halen. Omdat men al rekent op problemen, stuurt de politie in het vroege morgenuur op deze koude winterochtend vier politiemensen op pad om Aaltje bij IJje vandaan te halen. Het zijn Mient van der Molen, chef-gemeenteveldwachter te Grootegast, Aldert Meijer, gemeente-veldwachter te Opende, Herman Hendrik Hoving, rijksveldwachter te Opende en Jan Werkman, rijksveldwachter te Sebaldeburen, die het huisje van IJje benaderen.

En dan gebeurt het. IJje , geschrokken door de plotselinge bezoekers pakt in allerijl een karabijn en wat kogels. Wat er volgt is een schermutseling en een reeks gebeurtenissen. Het eerste noodlottige slachtoffer is veldwachter Van der Molen, geraakt in buik en hoofd zakt hij in elkaar. IJje draait zicht om en krijgt vervolgens Hoving en Werkman in de gaten. Als een volleerde jager laat hij zich op de knieƫn zakken, legt zijn pistool aan en schiet beide mannen neer. De vierde politieman Meijer schiet nog wel terug. IJje wordt hierbij geraakt, maar niet ernstig genoeg om hem uit te schakelen.

Meijer probeert zich nog vlug uit de voeten te maken en probeert hierbij in een greppel te duiken. IJje die dit ziet, herlaad zijn karabijn, knielt zijn kant op en schiet berekenend ook Meijer in borst en buik.

De plek waar de schietpartij plaats vond.

Alle vier de mannen zijn uitgeschakeld. IJje staat op, rent naar zijn huis, haalt een mes…en snijd de mannen alle vier voor de ‘zekerheid’ nog eens de keel door. Vervolgens rent hij terug naar zijn huis, overgiet zijn huisraad met brandstof en steekt het geheel in de brand. Het dorp is een viervoudig moordenaar rijker.

Gedenksteen tussen Kornhorn en Doezum.

Zoals dat gaat met moordenaars wordt IJje veroordeelt in hoger beroep tot 20 jaar gevang. Goed is het met IJje niet afgelopen. In 1941 eindigt hij, volledig uitgeteerd door de TBC in een gesticht in Eindhoven, alwaar hij een paar weken later overlijd. Aaltje houd aan dit alles een jaar gevangenisstraf over voor het in de steek laten van haar kinderen. De begrafenissen van de 4 agenten worden er een met een nationaal karakter. De man uit doezum baart veel opzien in heel Nederland. In 1980 ziet Aaltje vier van haar kinderen pas weer. Ze heeft tot haar dood in 1985 altijd volgehouden dat de agenten begonnen met schieten.

Het afgebrande huisje van IJje

Over de hele gebeurtenis zijn meerdere boeken geschreven en in 1980 is het zelfs verfilmd onder de titel ” het teken van de beest” .

Author: Papa Mark

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *