De gierigaard van de Doezumermieden.

Gisteren maakten wij een wandeling door de Doezumermieden, het pettenpad, halverwege de wandeling passeer je een oude appelboomgaard. Een op zijn minst rare plek voor een appelboomgaard. Later leerde ik dat er ooit een huis heeft gestaan. Hier is behalve de boomgaard niets meer zichtbaar. Inspiratie genoeg voor een spookverhaal, zeker omdat de plek zo afgelegen en stil is. Onderstaande is uiteraard gebaseerd op verzinsels, zonder enig raakvlak met de realiteit. Maar toch….

Tussen Surhuizum en Doezum. Hier grensden ooit land en (Lauwers)zee aan elkaar, zoet water botste op zout en geulen en slenken sleten door de zandruggen als een warm mes door de boter. Midden in het veld stuit men ineens op een oude appelboomgaard. Een groene en rustige omgeving, omgeven door hoger groen, geflankeerd met een bankje om even uit te rusten. Hoe anders was het hier jaren terug. Turfstekers pleegden roofbouw op de grond, boeren keuterden maar wat aan en verder gebeurde er niets in deze omgeving. Behalve op deze ene plek. Vroeger stond hier een huis. Omgeven door pracht en praal, keurige hegjes, een appelboomgaard. Temidden van alle armoede, was het hier goed toeven.

Menig scheve blik ging dan ook uit richting de bewoner van deze nederzetting. Als eigenaar van het omliggende land, en de daarbij behorende inkomsten was het een gehate man. Het verhaal gaat dat hij al zijn rijkdom oppotte in de achterkamer van het grote huis. In een grote hutkoffer met loden binnenkant en meerdere sloten. S’avonds als het land om het huis heen stil was trok hij zich terug in de achterkamer om geld te tellen.

Vanwege de toenemende dreiging vanuit de omgeving, besloot hij op een goede avond al zijn rijkdom in de kist te doen, op zijn koets met twee paarden te hijsen en aan het eind van zijn perceel te begraven, onder de grote appelboom. Omdat hij er zeker van wilde zijn dat het goud nooit meer werd gevonden riep hij de hulp van de duivel in. Gelovig als hij was verkocht hij zijn ziel. Hij zou een teken krijgen bij volle maan.

Op de avond van de volle man spoedde de man zich naar buiten met paard en wagen naar zijn boomgaard, als bij toverslag sloeg de bliksem in de appelboom alwaar het goud begraven lag. De man verkneukelde zichzelf bij het idee dat het gelukt was en nam zijn paard en wagen. Omdat hij wilde weten dat niemand het voorval gezien had, ging hij achterstevoren op de bok van de koets zitten om zo achteruit weg te rijden , teneinde er zeker van te zijn dat er niemand had gezien wat er gebeurd was en een poging zou doen om zijn goud op te graven.

Echter, wie de hulp van de duivel inroept, zal hier flink voor moeten betalen. Het was slechts enkele avonden later, de man was weer eens met zijn paard en wagen richting de appelboom gereden om zich er van te vergewissen dat het goud nog steeds in goede handen was. Het paard sloeg bij de terugweg op hol, de man viel van de bok, met zijn hoofd op een steen. De volgende ochtend werd hij gevonden. De erfgenamen zochten tevergeefs naar de rijkdom van de man. Maar deze werd niet gevonden. Zelfs niet nadat het huis met de grond gelijk was gemaakt, en er verschillende gaten in de tuin werden gegraven. Er werd niets gevonden. Teleurgesteld keerden ze huiswaarts en de plek raakte in de vergetelheid.

Maar de oude man kon geen rust vinden, en als je tegen de schemering gaat kijken, zo tussen kerst en oud en nieuw, zou je hem wel eens kunnen zien, op zijn paard, achterstevoren, met in zijn ene hand de paardestaart, en in zijn andere hand een lantaarn, die zijn gierige grijns doet oplichten in het donkere en verlaten landschap.

Er zijn meerdere getuigenverhalen van mensen die rondom de holle boom ineens uit het niets een hand op hun schouder voelden, een gelach hoorden of de koude rillingen kregen als zij plaats hadden genomen op het bankje. Meer dan geregeld ziet men vanaf de weg, in de nacht een flauw lampje schijnen en een schaduwfiguur rond de boom dolen. Het meest opmerkelijke verhaal komt van ene Evert, hij zag zich genoodzaakt tijdens zijn wandeling om een zomeravond terug te keren, tegengehouden door knokige handen en een spookverschijning die hem de boomgaard niet wilde laten passeren.

Mocht je ooit in deze verlaten boomgaard komen, ga eens zitten op het bankje, kijk eens rond, wellicht kijk je even in de holle boom op zoek naar gouden munten. Je zou de oude man zomaar eens kunnen treffen.

4 thoughts on “De gierigaard van de Doezumermieden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *